Steun ons en help Nederland vooruit

donderdag 7 november 2019

4 vragen aan… Ilana Rooderkerk

Het volgende artikel is verschenen in de meest recente versie van de Democraat

Hoewel scholen al sinds 2006 verplicht zijn om burgerschapsonderwijs te geven, komt het niet goed van de grond, blijkt uit onderzoek. Minister Slob wil daarom de wet wijzigen om de opdracht aan te scherpen. Op initiatief van D66-raadslid Ilana Rooderkerk maakt Amsterdam al werk van de verbetering van het burgerschapsonderwijs in de stad.

Vorig jaar werd jouw voorstel om het burgerschapsonderwijs in Amsterdam te verbeteren met een ruime meerderheid aangenomen.

“Ja, mijn voorstel viel in vruchtbare aarde omdat uit recent onderzoek van de Onderwijsinspectie blijkt dat burgerschapsonderwijs in Nederland te wensen overlaat. Uit de ranglijst van de Europese Commissie blijkt bovendien dat Nederlandse scholieren burgerschapsvaardigheden veel minder onder de knie hebben dan jongeren in het buitenland. Bij de meeste partijen was en is er dus het besef dat we met burgerschap aan de slag moeten. Juist in Amsterdam, omdat er zoveel mensen met verschillende achtergronden samenleven. De meningen over de vorm verschillen soms, maar daar gaat de raad niet over. Het is aan scholen en de leraren om het plan uit te werken. Zij zijn de experts.”

Wat is de essentie van goed burgerschapsonderwijs volgens jou?

“Het gaat voor mij om drie vragen: Wie ben ik zelf? Wie is de ander? En hoe werk je samen in onze democratie? Op school leer je niet alleen om iets te worden, maar ook om iemand te worden. Burgerschap gaat bijvoorbeeld over hoe ver de vrijheid van meningsuiting reikt, hoe je een debat voert zonder boos te worden, en hoe je met anderen een sociaal vraagstuk oplost. Daarvoor moet je met elkaar samenwerken in de klas. Het gesegregeerde onderwijs – dat we ook in Amsterdam zien – vormt daarvoor een belemmering. Het tegengaan van segregatie is dan ook onderdeel van dit plan. Een veilige omgeving creëren voor kinderen om zich uit te kunnen spreken is daarbij essentieel. We moeten de verschillen bespreekbaar maken en ze niet vermijden omdat het lastig, ongemakkelijk of bedreigend kan zijn.”

De scholen en leraren gaan over de inhoud, wat is de rol van de gemeente bij dit plan?

“Wij geven hen alle middelen om het burgerschapsonderwijs verder te ontwikkelen. En alle scholen in Amsterdam worden gestimuleerd hiermee aan de slag te gaan. Ik ben trots dat we hier 11 miljoen euro in gaan investeren. Daarbij werken we samen met lerarenopleidingen. Want goed burgerschapsonderwijs begint bij goed opgeleide docenten. Daarnaast heb ik een apart voorstel gedaan om te meten wat effectief is en om een kennisplatform op te richten voor leraren. Ik wil dat Amsterdam zo een broedplaats wordt voor experimenten met burgerschapsonderwijs. Door lokaal te laten zien hoe het kan, en de resultaten en ervaringen te delen, kan onderwijs in burgerschap vorm krijgen. Want burgerschapsonderwijs kun je bij alle schoolvakken inzetten; niet alleen bij maatschappijleer. Denk bij wiskunde bijvoorbeeld aan het samen maken van een praktijksom die gebaseerd is op een vraagstuk in de samenleving.”

Welke burgerschapsvaardigheid is bij jou sterk ontwikkeld?

“Voordat ik politicologie studeerde, was ik actrice. Wat ik daar vooral van heb meegenomen is het inzicht in hoe emoties werken en hoe je daar mee omgaat. Die ervaring gebruikte ik ook bij het geven van toneellessen op scholen in Amsterdam. Door iemand anders te spelen, leren kinderen zichzelf beter kennen. Tegelijkertijd leren ze zich in te leven in een ander. Dat vond ik prachtig om te zien. Op die manier kun je verschillen overbruggen en samenwerken om een doel te bereiken. Dat zijn belangrijke vaardigheden om te ontwikkelen.”