Steun ons en help Nederland vooruit

woensdag 12 januari 2011

Amsterdam Spontane Stad

Vorig jaar organiseerde oud-raadslid en Nieuw-Wester Warner Hemmes een excursie voor  een groep D66-ers. Gert Urhahn en Northon Flores Troche van Urhahn Urban Design namen ons mee naar het laatste stukje van de Jan Evertsenstraat om te vertellen hoe dit desolate stukje Amsterdam tot een levendige straat kan veranderen. Voorafgaand vertelden de architecten op hun kantoor over “De Spontane Stad”, de visie van Urhahn op stadsontwikkeling. Inmiddels hebben zij hierover een essay en een boek gepubliceerd. Reden genoeg om Gert Urhahn in zijn kantoor aan de Nieuwezijds Voorburgwal op te zoeken en verder te praten over Amsterdam als Spontane Stad. Sebastiaan Capel voerde een van zijn Stadsgesprekken met Gert Urhahn.
De Spontane Stad
Gert Urhahn ziet de gedachten van de Spontane Stad als ‘anders kijken naar hetzelfde’: “Je moet de bestaande situatie als uitgangspunt nemen bij de ontwikkeling van de stad. Dat is voor velen lastiger dan je zou denken; makkelijker is de bestaande situatie weg te denken, te beginnen met een blanco script. Maar iedere situatie is verschillend en de Spontane Stad-manier van werken heeft dan ook voor ieder gebied een andere uitwerking.”
Internationaal perspectief
Net als veel van zijn vakgenoten kijkt en komt Gert Urhahn veel over de grens. Na zijn rolverandering bij zijn kantoor van directeur naar associate wil hij zich ook richten op het internationaal verspreiden van de ideeën van de Spontane Stad. Hij ziet de doelstelling  bijvoorbeeld ook toepasbaar in landen als China en Brazilië, naast Nederland. “China bijvoorbeeld heeft met zijn economische dynamiek een efficiënte maar tamelijk rigide planningsmachine voor stadsproductie  ontwikkeld, die dendert maar voort. Vraag is wat dit voor de stad en haar bewoners op ten duur betekent. Terwijl in Brazilië de favelas een ultieme vorm van Spontane Stad zijn. Probleem daar is dat politici de situatie niet (willen) erkennen, de straten hebben er bijvoorbeeld geen namen en er zijn geen huisnummers. Essentieel voor de Spontane Stad is dat je de situatie die er is, erkend en van daaruit werkt.”

Geslaagd en minder geslaagd in Amsterdam

Gert Urhahn werkt al meer dan dertig jaar- in uiteenlopende rollen -in en aan de stad; begonnen bij de Dienst Ruimtelijke Ordening van de gemeente, als docent, als lid van de Amsterdamse Raad voor Stadsontwikkeling. Hij heeft dus een goede kijk op wat “werkt” in de stad en wat niet. “De binnenstad die heeft het! Het heeft een aantrekkingskracht op allerlei mensen, het biedt iedereen wat, alles loopt door elkaar. Belangrijk is ook dat er geen ruimtelijke uitsortering is en dat het altijd verrassingen geeft, er is altijd wel iets nieuws te zien.” Ook wijst hij erop dat de spontaniteit van de binnenstad verschillend kan werken: “De Nieuwmarktbuurt is organisch gegroeid, terwijl de grachtengordel juist gepland is. Maar allebei zijn ze geslaagd.”

Waar  Gert Urhahn veel minder over te spreken is, zijn gebieden in de naoorlogse wijken in Noord, Nieuw-West en Zuid-Oost, waar de scheiding van verkeer en functies is toegepast. Volgens Urhahn heeft deze modernistische manier van denken en ontwerpen nergens zo lang invloed gehad als in Nederland. “De spontaniteit zijn we hier verloren,  initiatieven van anderen worden als stoorzender gezien”, zo stelt Urhahn.

Via de modernistische stijl komen we ook te spreken over de nieuwbouw binnen de Ring uit de jaren ’70 en ’80, zoals in de Dapperbuurt, Kinkerbuurt en de Pijp. Waar de buurten met oudere woningen stuk voor stuk worden opgeknapt en “revitaliseren”, is het maar de vraag  of deze buurtendat ook lukt. Volgens Gert Urhahn zal dat wel gebeuren, maar is het een stuk lastiger dan elders: “Deze bouw is veel grootschaliger, je moet dan meteen aan  een heel blok werken. Bij de verticale bouw (pandsgewijze bebouwing, SC) is dat makkelijker, daar kan je per pand aan de slag. Manieren om deze  buurten te revitaliseren zijn samenvoegingen, het openwerken van de begane grond (nu vaak opslag zonder ramen) en bijbouwen. Het verschil tussen de verschillende bouwstijlen en wat dat betekent voor de vernieuwing is in de Indische Buurt duidelijk te zien. In het noordelijke deel, rond de Balistraat en het Timorplein, daar bruist het, maar het zuiden, met de jaren ’80 nieuwbouw,is nu alweer aan vernieuwing toe en is veel lastiger ”

Focus op transformatie

Gezien zijn ideeën is het niet vreemd dat Gert Urhahn een sterke pleitbezorger is van transformatie van bestaande gebieden in plaats van steeds maar verdere uitbreiding buiten de stad. Die transformatie geldt voor gebouwen, bijvoorbeeld van kantoor naar woning, maar ook voor hele gebieden. Het argument dat transformatie duurder is dan nieuwbouw volgt Urhahn niet: “ Dat gaat wel op  als je alleen naar de investeringskosten van de woningbouw kijkt, maar de opgave is breder dan dat! Je moet ook de kosten meenemen van de bereikbaarheid, van voorzieningen, mobiliteit, etc.. Gebieden waar al straten liggen, zijn makkelijker te ontwikkelen, helemaal als je de straten die er al zijn ook in de nieuwe plannen gebruikt.”

Hij voelt zich ook familiair met de oproep van Liesbeth van de Pol, voor een “prachtig compact Nederland” en wat dit betekent in de regio Amsterdam. De focus zou moeten komen te liggen op gebruik van de terreinen die er al zijn, tussen Amsterdam-Noord en Zaandam en niet op het creëren van alsmaar nieuwe grond in  Almere. De manier waarop je die transformatie doet, is de volgende stap en daar kunnen volgens Gert Urhahn de ideeën van de Spontane Stad bij helpen. Als concreet voorbeeld noemt hij ook het Zeeburgereiland: “De ontsluiting is er al, zowel met de stad als met de regio. Waarom nieuwe eilanden opspuiten bij IJburg, als je hier al een perfect  bruikbaar eiland hebt?!”

Het Zeeburgereiland kan zich ontwikkelen tot metropolitaan centrum aan de oostkant van de stad, zo stelt Urhahn. En als een echte architect komen de kaarten op tafel van het Zeeburgereiland. Eerst laat hij zien wat er gebeurt als je de bouw van IJburg erop projecteert: saaie blokkendozen, volgens Urhahn. Maar dan laat hij zien hoe het kan als je de plattegronden van bv Toronto, Barcelona en de grachtengordel erop projecteert: veel kleinschaliger, drukker en spontaner. ‘Het essentiële verschil’ legt hij uit, ’ligt niet in de vorm, maar in de korrelgrootte van de ontwikkelingsunit en de regie.’

Waar moet je investeren?

Met de weinige beschikbare financiële middelen is het erg belangrijk te kiezen in de gebieden waar de gemeente investeert. Volgens Gert Urhahn moet de focus aan investeringen zijn op gebieden waar met een klein duwtje veel kan gebeuren. Hij wijst dan naar de Noordelijke IJ-oevers, gebieden als Hamerstraatterrein, Buiksloterham, Achtersluispolder, NDSM terrein en opnieuw het Zeeburgereiland. “Met die strook van 10-20 kilometer kunnen we tien tot twintig jaar vooruit! De gemeente doet daar niks, terwijl kleine investeringen, bijvoorbeeld bruggetjes over de zijkanalen een enorme impuls kunnen zijn.”

En Urhahn vraagt zich af of de infrastructurele mega investeringen in de Zuidas voorlopig wel nodig zijn. . Die locatie gaat het ook op eigen kracht redden: “De Zuidas is al een A1-locatie, het is onzin om daar zoveel geld uit te geven in deze krappe tijden. En daar wordt ook veel te veel vastgehouden aan de grootschalige en rigide wijze van bouwen.  Laat dat wensbeeld van een Canary Wharf los, dat is achterhaald.”

Ook ziet Gert Urhahn mogelijkheden voor nieuwe manieren van financiering; namelijk van de mensen zelf, zoals in de Grachtengordel, de Jordaan en de Plantage is gebeurd. “Al is er geen geld bij de gemeente, geen geld bij de corporaties,dan is er nog wel geld bij de burgers. ! Vijfduizend percelen kan vijfduizend investeerders betekenen….”

Tenslotte

Er liggen heel veel kansen in Amsterdam om de stad nog verder te ontwikkelen, maar de vraag is hoe we nieuwe energie en dynamiek gaan creëren. . De visie van Gert Urhahn is duidelijk: organisch, kleinschalig en gebaseerd op wat er al is. En met een duidelijke focus op bepaalde gebieden waar met een klein zetje de boel op gang geholpen kan worden. Het is interessant om met deze blik te kijken naar de plannen die de komende tijd voorbij gaan komen. En heel concreet hoe de Spontane Stad z’n uitwerking kan hebben op het Zeeburgereiland. Samen met Ivar Manuel ga ik aan de slag met dat laatste onderwerp; in 2011 zullen we daar meer over bekend maken.

Meer informatie over Gert Urhahn en de Spontane Stad:

www.spontanestad.nl

Het boek Spontane Stad is in de boekhandel te koop.

Meer Stadsgesprekken zijn te vinden op:

www.sebastiaancapel.nl/stadsgesprekken