Steun ons en help Nederland vooruit

woensdag 27 november 2013

Amsterdams hotelbeleid niet goed voor de stad

De komende weken stelt de hoofdstad een nieuw hotelbeleid vast. Het Amsterdamse stadsbestuur heeft gekozen om ‘vraag en aanbod duurzaam in stand te houden’. Dat moet zich uitten in minder nieuwe hotelkamers in de stad. D66 denkt dat de lokale overheid in haar beleid – zeker in deze tijden van hoge werkloosheid – stimulering en niet ontmoediging van economische activiteit voorop moet stellen. Door ruimte te geven aan hotelondernemers komen er banen bij en hebben meer Amsterdammers kans op die banen. De rol van de gemeente is daarnaast wel om duidelijke kaders mee te geven die de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid veiligstellen.

Een ingekorte versie van dit opinieartikel verscheen vandaag in het FD.

Sinds 2007 zijn er ongeveer 5000 nieuwe kamers bijgekomen. Deze kamers hebben gezorgd voor meer bezoekers in de stad en daarmee voor meer banen. Als vuistregel wordt gehanteerd één baan per twee kamers. Dat zou dus neerkomen op 2500, veelal laagopgeleide banen. Precies wat een stad met 17% werkloosheid onder laagopgeleiden nodig heeft. Daarnaast is de groei van Amsterdam als bestemming voor zakelijke en toeristische bezoekers een steun in de rug voor Schiphol, essentieel voor de internationale bereikbaarheid van de stad.

Amsterdam bouwde hotelkamers bij omdat we ons uit de markt prijsden in de congressector. Als we kijken naar de kamerprijzen voor 4 sterrenhotels (de gangbare klasse voor congresbezoekers) dan zien we dat Amsterdam vandaag de dag op prijs nog allerminst concurrerend is met de 5 grootste congreslocaties in Europa. Een kamer is in Amsterdam 9% duurder dan in Barcelona, 28% duurder dan in Wenen, 41% duurder dan in Madrid en maar liefst 49% duurder dan Berlijn. Alleen Parijs heeft duurdere kamers.

Ook heeft de recente groei van het aantal kamers in de stad heeft niet geleid tot een lagere bezettingsgraad. Deze stijgt sinds 2009 en bevond zich in 2012, midden in de crisis, op 76%. Dit is wederom een stuk hoger dan in de meeste concurrerende steden. Ook in absolute zin zijn er geen signalen dat het aantal kamers in Amsterdam krankzinnige hoogten bereikt. Een stad als Wenen bijvoorbeeld heeft met ruim 30,000 hotelkamers 30% meer kamers dan Amsterdam.
Van overaanbod is dus nog geen sprake. Maar zelfs als er ruim aanbod zou komen, is dat volgens D66 een ondernemersrisico voor hoteliers en niet direct een groot probleem voor de stad. Integendeel: de dalende kamerprijzen zullen Amsterdam aantrekkelijker maken voor congressen en tourgroepen. Concurrentie zal innovatie stimuleren en ervoor zorgen dat hotels met te veel bed-wantsen eindelijk hun deuren zullen moeten sluiten.

Wat D66 betreft zou het bijbouwen van kamers moeten worden voortgezet. Wel moet dit gebeuren binnen duidelijke kaders op het gebied van ruimtelijke ordening en leefbaarheid. Een overvolle ‘Venetiaanse’ binnenstad of een hostel met 1400 bedden in een woonbuurt moeten worden voorkomen. Naast ruimtelijke criteria staan er in het nieuwe hotelbeleid ook een lijst van kwalitatieve en economische criteria. Deze zien wij – en wij vrezen mensen die in Amsterdam willen investeren ook – als een ontmoedigingsbeleid. Zo is er bijvoorbeeld het criterium van ‘aantoonbare financiële haalbaarheid’. Leg als innoverende ondernemer maar eens uit aan een ambtenaar waarom jouw concept voor een hogere opbrengst gaat zorgen en dus ‘bewezen financieel haalbaar’ is.

Ondernemers kunnen ook moeilijk gedwongen worden tot spreiding van investeringen over de regio, al jaren een vurige wens van de gemeente Amsterdam. Als de gemeente een investeerder die een hotel wil bouwen in Amsterdam doorverwijst naar Flevoland, waar de bezettingsgraad de helft lager is, dan wordt het hotel waarschijnlijk in Brussel of Barcelona gebouwd.

Amsterdam doet zichzelf tekort doet met het nieuwe hotelbeleid. Liever zou D66 zien dat de gemeente de beslissing of en waar te investeren aan ondernemers over laat en zijn energie steekt in het vergroten van het potentieel van Amsterdam: het ondersteunen van de vraag in plaats van het beperken van het aanbod. De studies die zijn uitgevoerd in het kader van de ontwikkeling van het nieuwe hotelbeleid bieden hier interessante aanknopingspunten. Zo laat een van de studies zien dat van een groep van negen zelfgekozen benchmarksteden heeft Amsterdam de minste grootschalige beurs- en congresruimte heeft. Ook zien we dat Amsterdam daalt in de lijst van grootste Europese congressteden van plaats 8 naar 10. Dit terwijl Amsterdam met zijn goede bereikbaarheid en als sterk toeristisch merk een leidende congreslocatie zou kunnen zijn. Tijd voor een goede congresstrategie die ons naar de top 3 brengt, en waarin wordt onderzocht of er meer congresruimte nodig is om die positie te bereiken. Want daar heeft de gemeente wel degelijk een rol.

Laat Amsterdam zich richten op het binnenhalen van banen. Dat is de gemeente aan zichzelf en zeker aan haar ruim 20,000 laagopgeleide werklozen verplicht.

 

Sebastiaan Capel is gemeenteraadslid voor D66 in Amsterdam, Joris van Osselaer en Guus Bakker zijn kandidaat-raadsleden voor D66 voor de gemeenteraadsverkiezingen van 19 maart 2014.