Steun ons en help Nederland vooruit

maandag 17 mei 2021

Opinie | Wees een goede bondgenoot en fijne collega: erken je homofobie!

We zijn allemaal homofoob.

U ook.

Waarschijnlijk ben ik als homoseksuele man nog wat meer homofoob dan u.

Wereldwijd wordt er op 17 mei aandacht gevraagd voor discriminatie en geweld op grond van seksuele oriëntatie, gender identiteit, expressie of geslachtskenmerken en wordt seksuele en genderdiversiteit gevierd. Vandaag, op de Internationale Dag tegen Homo-, Lesbo-, Bi-, Trans- en Interseksefobie (IDAHOBIT) daag ik mijzelf en jullie uit om te reflecteren op onze eigen ideeën en normen die onderdrukkend zijn voor LHBTI personen. Laat ik beginnen met waar mijn homofobie vandaan komt.

Ik ben Sjoerd Warmerdam, 33 jaar, getrouwd met een man en ik heb een zoontje in een meerouderschapsgezin. Ik groeide op met het idee dat zelf een gezin hebben niet was weggelegd voor mensen zoals ik. Toen ik naar de middelbare school ging, vertelde onze overheid mij nog dat mensen zoals ik niet mochten trouwen. Op school werd mijn expressieve uiting (anderen noemen het vaak ‘vrouwelijk’ of minder politiek correct ‘verwijfd’) net als bij veel homoseksuele jongens niet gewaardeerd of aangemoedigd, maar subtiel afgestraft met pesterijtjes en uitsluiting. Als volwassene werd die afstraffing minder subtiel. Elke paar maanden worden mijn partner en ik wel uitgescholden. Een enkele keer leidt het tot fysiek geweld. Het voelt onderdrukkend.

Op werk spelen soortgelijke mechanismen, al moet je ervaringsdeskundige zijn om ze te herkennen. Na een sollicitatiegesprek bij een ministerie opnieuw feedback krijgen dat het enthousiasme van je spreken en bewegen de sollicitatiecommissie wat onrustig maakte en de commissie daarom twijfelt aan je autoriteit. Die feedback voelt niet anders dan het ongemak van de jongens op school waarmee je geen aansluiting had.

Een discussie tussen je collega’s over meerouderschap, waarbij je voor meerouderschap of tegen meerouderschap kunt zijn en beide visies evenveel waarde schijnen te hebben. Het vriendelijk blijven lachen wanneer collega’s het nodig vinden om een politieke discussie te hebben over mijn gezin. Ik kan u vertellen: een discussie over het bestaansrecht van jouw gezin voelt onderdrukkend.

Als je in een samenleving bent opgegroeid en je in een samenleving beweegt waarin heteroseksualiteit de norm is en alles buiten die norm van jongs af aan wordt bevraagd, beoordeeld en bestraft, heb je op een gegeven moment ‘de homofobe ander’ niet meer nodig. Dat bevragen, beoordelen en bestraffen doe je zelf. Ik hoef niet meer uitgescholden te worden voor ‘homo’. Dat doe ik zelf al.

De behoefte om mijn partner op straat een kus te geven is er letterlijk uit geramd. Het ongegeneerd dansen en zingen lukt me niet meer behalve tijdens de jaarlijkse Pride in Amsterdam. Juist die eigenschappen die je bijzonder en kleurrijk maken, worden de eigenschappen waar schaamte omheen hangt. Toch maar een ander jasje aan, geen benen over elkaar, mijn man ‘partner’ noemen, bier bestellen terwijl ik zin heb in een glas wijn, niet bij een urinoir gaan plassen omdat dat misschien de man naast je in verlegenheid brengt, op mijn handen zitten zodat mijn enthousiaste bewegingen niet afleiden. Het loslaten van de schaamte voelt aanstellerig, provocerend of politiek activistisch. Ik ben zelf de grootste homofoob geworden.

Het constant checken van mijzelf kost energie.

Het is er altijd.

Het onderdrukt.

Op 17 mei neem ik mij voor hiermee te stoppen. Ik wil mij niet censureren of bedelen om acceptatie om erbij te mogen horen. Het is genoeg. Ik laat mijn handen wapperen, drink witte wijn met mijn kleurrijke jasje aan en plas net als andere mannen in een pisbak. Als ik wil leven in een wereld waarin ruimte is voor een waaier aan diversiteit aan gender- en seksuele identiteiten en expressies, dan moet ik het goede voorbeeld geven. Hoe diep die onderdrukkende structuren ook in mijn geest en lijf zijn gaan zitten. Mijn voornemen klinkt politiek en de uiting ervan kan provoceren, maar het gaat voor mij over zichtbaar mezelf zijn.

Op deze IDAHOBIT vraag ik van u als collega om uw eigen aannames te bevragen. We zijn allemaal homofoob en transfoob. Ook u. Mocht u de behoefte voelen om in uw commentaar hieronder in te gaan op de definitie van ‘fobie’ of denken dat mijn bewering niet voor u geldt: ik moet u teleurstellen. Denken dat je kunt ontsnappen aan homo-, lesbo-, bi-, trans- en interseksefobie in een wereld vol instituties, regels en verwachtingen waarin zo’n sterke norm rondom gender en seksualiteit geldt… dat is naïef.

Ik nodig u uit om vandaag te reflecteren op de momenten waarop uw homofobe of transfobe aannames, gedachten en ideeën naar voren komen. Want u heeft ze net als ik. Die bewustwording maakt u een fijnere collega voor uw LHBTI-collega’s en een liefdevolle vriend voor uw LHBTI-vrienden en familie. U bent onderdeel van het probleem, maar ook een sleutelfiguur in de oplossing. Wij LHBTI-personen kunnen uw support goed gebruiken bij het afbreken van onze eigen fobieën. Wij rekenen op u.

En beste LHBTI-collega’s: een fijne IDAHOBIT!